BARNEVELD] Het werk is een stuk zwaarder geworden voor Barneveldse zorg- en welzijnsorganisaties, sinds de gemeente in 2015 verantwoordelijk werd voor jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning. Dat constateert de Businessclub Zorg & Welzijn op basis van signalen van leden, ruim veertig Barneveldse instanties. Een onderzoek moet in kaart brengen tegen welke obstakels zij aanlopen. Wethouder Hans van Daalen juicht dit initiatief van zorgaanbieders toe.

Fija Nijenhuis

,,Vrijwel elke instelling zegt dat de administratieve last is verzwaard”, zegt voorzitter Wilma Gorissen van de businessclub. ,,Dat betekent dat er ook meer uren opgaan aan papierwerk.” Daarnaast is er vaak onduidelijkheid over regie en verantwoordelijkheid bij hulpverleningstrajecten. ,,Instanties zitten nogal eens in elkaars vaarwater.”

De businessclub behartigt de belangen van ruim de helft van de tachtig grote en kleine zorg- en welzijnsinstanties in Barneveld. ,,Vier keer per jaar komen we bijeen en de afgelopen tijd hoorden we vaak dezelfde dingen.”

GELUID Niet gek, vindt ze het overigens, dat er tijdens zo’n grote verandering in de organisatie van de zorg ,,verbeterpunten” naar voren komen. ,,Daarom hebben we een bijeenkomst georganiseerd voor alle instanties, om meer duidelijkheid over dit onderwerp te krijgen. Ook beleidsmedewerkers van de gemeente, alle politieke fracties en de wethouders Gerard van den Hengel en Hans van Daalen waren erbij.”

Gorissen denkt dat de businessclub iets kan betekenen. ,,Vooral voor kleine instellingen is het best lastig om alle veranderingen bij te benen. Door samen op te trekken, kunnen zij ontlast worden. Daarbij: met z’n allen is het geluid dat we aan de gemeente laten horen krachtiger.”

LEERBEREIDHEID Gorissen licht één van de knelpunten toe. ,,Veel instanties hebben met meerdere gemeenten te maken. Die hebben vaak hun eigen declaratiesysteem, dus dat betekent verschillende werkwijzen en dus meer werk. Voor 2015 was alleen de rijksoverheid aanspreekpunt.”

Verder is volgens haar dus nog niet altijd duidelijk wie ergens verantwoordelijk voor is, welke taak bij wie hoort. ,,Dat is een zoektocht. Logisch, in zo’n proces, maar je moet het wel kunnen uitspreken. We hebben het tijdens de bijeenkomst gehad over de leerbereidheid van iedereen die professioneel betrokken is bij zorg die door de gemeente wordt gefinancierd. Soms blijken dingen tijdens een veranderingsproces anders te liggen dan je van tevoren had ingeschat. Ben je dan bereid je aan te passen?”

RAADSZAAL De bijeenkomst, op uitnodiging van de gemeente in de raadszaal, was zinvol, zegt Gorissen. ,,Maar om te voorkomen dat alles wat we hebben besproken wegebt en er niets mee gebeurt, hebben we besloten een onderzoek te laten doen. Twee studenten bestuurskunde gaan de knelpunten in kaart brengen waar Barneveldse instellingen tegenaan lopen. Ook kijken ze wat wij als businessclub kunnen doen om onze leden te ondersteunen.”

De studenten, die volgens Gorissen veel interesse hebben in de bedrijfseconomische kant van de zorg, zullen instellingen, gemeente en andere betrokken partijen interviewen. Heeft ze al een idee welke aanbevelingen er uit het onderzoek komen? ,,Nou, we hebben meerdere keren gehoord dat het goed zou zijn om in kleinere groepen zorgbeleid te ontwikkelen. Nu is het zo dat de gemeente iets uitwerkt, dat presenteert in een grote bijeenkomst en dan kun je als zorgaanbieder reageren. Ik hoor van instanties dat ze graag op een andere manier willen meedenken over beleid: in kleinere groepen. Dan ontstaat er een relatie, vertrouwen, meer diepgang en een betere samenwerking. En in zo’n groep moet het dan ook over budgetten gaan.”

Ook ouders zouden in zo’n groepje kunnen zitten, was volgens Gorissen een suggestie die tijdens de bijeenkomst werd gedaan. ,,Als iets niet goed loopt in een zorgtraject gaan gemeente en zorgaanbieders vaak met elkaar om de tafel zitten. Ouders worden vaak vergeten. Door hen al te betrekken bij de ontwikkeling van zorgbeleid, kunnen wellicht problemen in een later stadium voorkomen worden.”

KLEINE GROEPEN Volgens wethouder Van Daalen betrekt de gemeente inwoners al ,,zo veel mogelijk” bij de ontwikkeling van nieuw beleid. ,,We praten mét hen, niet óver hen.” Over het werken in kleiner verband zegt Van Daalen eveneens dat dat al gebeurt. ,,Het is belangrijk om – ook in kleine groepen – te bekijken wat werkbaar is. We merken ook dat, bijvoorbeeld in situaties waarin de gemeente Barneveld regionaal moet samenwerken, dit principe onder druk kan komen te staan.”

Binnenkort presenteert Van Daalen een rapport aan de gemeenteraad over de resultaten van het eerste jaar waarin de gemeente verantwoordelijk was voor de uitvoering van zorgwetten. Het onderzoek van de businessclub moet in januari klaar zijn.